Verslag BAIpraat Werkende Woonwijken

24 november 2025 Gepubliceerd door

Op donderdag 20 november spraken wij in de Raadszaal met een panel van experts en publiek over de kansen van het mengen van wonen en werken. Dit deden we naar aanleiding van de documentaire Werkende Woonwijken. Het gesprek ging over ontmengen om te kunnen mengen, over de sociale én ruimtelijke opgave, en over regelgeving en samenwerking.

Het panel bestond uit Eric Frijters (FABRICations), Aron Jens (gemeente ’s-Hertogenbosch), Floris van der Zee (BURA) en Jorn Koelemaij (Platform31). De avond stond onder leiding van Merle Ebskam

De avond werd geopend door wethouder Ralph Geers (o.a. economische zaken).

Hij gaf inzicht in de groei van de stad en de grote opgaven die hiermee samenhangen: woningbouw, klimaatadaptatie, energietransitie en economische ontwikkeling. Volgens hem wordt werken soms te veel weggedrukt door de woonopgave. Dat is zonde, omdat juist in de combinatie kansen liggen. Kansen om de ruimtelijke ordening van bedrijventerreinen te verbeteren, om levendigheid en sociale controle te vergroten en om echte, levendige wijken te maken. Een wijk met alleen woningen is dat vaak niet.

Het vorige beleid was gericht op het clusteren van detailhandel. De opgave nu is anders: de monocultuur van het wonen doorbreken. De strikte scheiding van wonen en werken past niet meer bij deze tijd. Hij benoemde dat dit een (ontwerp)opgave is en dat partijen samen moeten zoeken naar hoe dit kan. Hij moedigt gesprekken tussen alle betrokkenen aan, zoals tijdens deze BAIpraat.

‘De opgave nu is de monocultuur van het wonen te doorbreken.’

Floris van der Zee lichtte de verkenning toe die BURA in opdracht van de gemeente uitvoerde. Deze richtte zich op de vraag hoe om te gaan met ruimte voor economie. Het doel is om dynamiek op de juiste plek te organiseren. Dat betekent sommige bedrijventerreinen ontmengen en functies op andere plekken juist mengen. Daarvoor moeten partijen de krachten bundelen en gezamenlijk aan tafel zitten. De studie richtte zich op Rietvelden en West, Spoorzone Noord en Groot Merendonk.

Voorafgaand aan de documentaire stelde Eric Frijters dat we per direct moeten stoppen met het maken van alleen maar woonwijken. Een stad moet zo divers mogelijk zijn om duurzame uitwisseling te maximaliseren. Een gemengde stad waarin wonen, werken en leren zijn geïntegreerd, bespaart ruimte en is aantrekkelijker. De technische en financiële oplossingen bestaan al. Iedereen vindt functiemenging een goed idee. Toch gebeurt het nauwelijks, zegt hij. Volgens hem voeren we te weinig het gesprek over wat voor stad we willen en wat die stad moet kunnen.

‘Er moet per direct gestopt worden met het maken van alleen maar woonwijken.’

 

Na het kijken van de documentaire benadrukte Jorn Koelemaij dat vrijwel alle steden functiemenging willen. Veel gemeenten nemen dit ook op in hun omgevingsvisie. Maar de werkelijkheid is weerbarstig: betaalbaarheid is essentieel. Ontwikkelaars vinden functiemenging vaak ingewikkeld, complex en te duur. Toch hebben ze wel de wil om het te doen. Daarom moeten creatieve oplossingen worden gezocht. Het stapelen van functies vormt een extra uitdaging. Moeten we dat ook wel willen? Is een stapeling altijd nodig? vraagt hij zich af.

‘De werkelijkheid is weerbarstig.’

Bedrijventerreinen gentrificeren. De plint gaat vaak naar de hoogste bieder, wat niet altijd de beste keuze is voor de wijk. Soms melden zich zelfs geen wenselijke huurders die bijdragen aan leefbaarheid. Tegelijkertijd is een goede invulling van de plint cruciaal.

Volgens Jorn kan de gemeente sturen via actief grondbeleid, regelgeving, planvorming en publiek-private samenwerking. Hij benadrukt dat grondbeleid deels opnieuw moet worden uitgevonden. Gemeenten moeten bepalen welke risico’s ze bereid zijn te nemen.

Aron Jens vertelt dat de gemeente nog in de denkfase zit. In de omgevingsvisie wordt meervoudig ruimtegebruik al gestimuleerd, maar dit vraagt verdere concretisering. Ontwerpend onderzoek onder leiding van BURA moet inzicht geven in de rol die de gemeente moet nemen om ideeën uit te voeren. Dit vraagt bovendien maatwerk. Op meerdere schaalniveau’s moet worden onderzocht welke functies passen.

Floris van der Zee herhaalt dat menging echt plek-specifiek is. Horizontaal of verticaal mengen werkt niet overal. Daarnaast geldt: onbekend maakt onbemind. De documentaire laat juist zien dat functiemenging wél kan werken.

Eric Frijters merkt op dat ontwikkelaars enthousiast reageren op het idee van menging en stapeling. Toch zijn ze volgens hem verleerd hoe je zulke projecten winstgevend maakt. Het ontwikkellandschap heeft daarom (net als de ontwerpers) een duwtje nodig.

‘Ontwikkelaars moeten opnieuw leren hoe je dit combineren doet.’

Jorn Koelemaij benadrukt dat brede samenwerking essentieel is. Betrek ondernemers in de beginfase, want zij zijn creatief en kunnen meedenken. Nu worden zij vaak niet meegenomen. Het helpt als ondernemers georganiseerd zijn en als er een gebiedsregisseur is. Elkaar leren begrijpen vergroot de acceptatie.

Floris van der Zee vult aan dat veel mensen het leuk vinden om in gemengde wijken te wonen. Stedelijk wonen betekent ook dat je wat reuring accepteert. Hij noemt dat sommige bedrijven simpelweg op de verkeerde plek zitten. Dan moet gezegd kunnen worden: “Dat moet daar niet kunnen.” Aron Jens bevestigt dit. Niet alle functies hoeven gemengd te worden. Sommige bedrijvigheid kun je prima clusteren. Maar bepaalde functies juist wél terugbrengen in de wijk kan mobiliteitsbewegingen verminderen.

Uit de zaal komt de vraag hoe ‘leren’ kan worden gemengd met wonen of werken. Aron ziet dit als de toekomst: leren dichterbij het werken brengen en functies verbinden in een hybride werkomgeving. Eric Frijters ziet hierbij interesse vanuit ROC’s. Dit biedt kansen om onderwijs en praktijk af te wisselen.

Floris van der Zee noemt het Paleiskwartier en het Innovatiekwartier als goede voorbeelden van gemengde gebieden. Hij vraagt zich af of het gebied ten noorden daarvan een logische plek is voor vergelijkbare projecten. Jorn Koelemaij noemt Schieoevers in Delft als interessante casus, ook voor ’s-Hertogenbosch.

Ook sporten komt aan bod. Eric Frijters stelt dat sport vaak het slachtoffer wordt van ruimtegebrek en naar de stadsrand verdwijnt. Dat is zonde, want met integraal ontwerp kan sport wel degelijk in de wijk worden opgenomen.

‘Sportvoorzieningen zijn vaak een slachtoffer van ruimtegebrek in de stad en verdwijnen naar de rand.’

Eric vervolgt dat de structuur van de vastgoedmarkt niet goed georganiseerd lijkt. Er is te veel aan de markt overgelaten en te weinig aan woningcorporaties. De verhoudingen moeten anders. Sociale woningbouw moet meer ruimte krijgen voor stadmaken, in plaats van uitsluitend woningen bouwen. Dat maakt het makkelijker om werkfuncties te integreren.

‘De sociale woningbouw moet meer ruimte krijgen voor stadmaken, in plaats van uitsluitend woningen bouwen.’

Uit de zaal komt een vraag van Joep Mol: zijn kleinschalige particuliere of coöperatieve initiatieven niet juist heel kansrijk? Hij vertelt dat in een project uit de documentaire geen huurders te vinden waren voor de garageboxen, waardoor de omgeving snel unheimisch wordt. Er moet ook sociale binding zijn tussen wonen boven en werken beneden. Hij pleit voor minder institutioneel denken en meer sociale verbinding.

‘Laten we minder institutioneel denken: niet alleen ruimtelijk-economisch, maar ook op sociaal vlak een verbinding maken tussen werken en wonen.’

Een andere deelnemer merkt op dat woningcorporaties enorme opgaven hebben. Ze zijn gebonden aan financiën en regels en kunnen niet alles doen wat ze willen. Jorn bevestigt dat corporaties een belangrijke rol spelen in de wijk en de wijkeconomie. Zij kennen de wijk en weten wat er moet gebeuren.

Afsluiting

Moderator Merle Ebskamp rondt de avond af. Het was een avond met veel kansen en inzichten. Tegelijkertijd werd duidelijk dat er nog veel moet gebeuren op het gebied van regelgeving en samenwerking tussen gemeente, markt, woningbouwcorporaties, ondernemers en inwoners. De opgave is niet alleen ruimtelijk of economisch, maar zeker ook sociaal.

Tijdens de borrel werd nog uitgebreid nagepraat tussen publiek en panelleden.


Dank aan het publiek, de panelleden en de gemeente voor hun bijdragen aan deze BAIpraat!

 

Een videoregistratie van het gesprek is hier te zien

fotografie: Noud Otten

Laat een reactie achter